Hoofdstuk 6

Fossiel in barnsteen Onze Vliegende Brouwkabouter was zo fier op zijn ring met een amberkleurige barnsteen. In de steen zat een fossiel insect die hem vertelde dat hij al meer dan honderdduizende jaren oud was en verdronk in zijn lievelingsgerecht, het lekkere hars van de pijnbomen in het Noorden. Die bomen lieten hun hars over hun stam vloeien om zo de schors te beschermen tegen het gure winterweer. Die pijnbomen overwoekerden het land van Denemarken, over Nederland tot in Engeland. Ja, toen was de NoordZEE nog NoordLAND, en werd Doggerland genoemd.

Doggerland Buiten een wildgroei van pijnbomen, waren er ook verschillende nederzettingen, waar mensen woonden. En ook een soort kabouters, die trollen werden genoemd. Tienduizende jaren voor het woord « tsunami » was uitgevonden, deed zich hier een dergelijk zeebeving voor, zeshonderdzesenzestig maal erger dan de aardbeving van de Baraque Fraiture. Het wilde water overspoelde heel Doggerland. Dorpen, grote pijnboombossen met lopend hars en insecten werden verzwolgen door de zee, en zo halen de Noorse en Nederlandse vissers met hun moderne sleepnetten vandaag nog fosiele barnsteen en mensenwerktuigen boven uit de rijke Noordzee, of het verdwenen Doggerland.

De overlevenden vluchtten naar het land van de fjorden, of Nederland, Denemarken en Engeland.

Hars van noorderlijke pijnbomen Na dit onverwacht historisch verhaal bleef onze Vliegende Brouwkabouter nog een duizendtal jaren in deze bosrijke contreien, tot de pijnbomen van Doggerland geen pijn meer hadden.  Tijd genoeg om barnsteen te vinden…

Klik op de foto om ze groter te zien.