Hoofdstuk 1

brouwster Old kingdom, V th Dynasty Reeds 6000 jaar v. C. in het land tussen de Tigris en de Eufraat moet bij de Mesopotamiërs en later de Egyptenaren de gisting toevallig ontstaan zijn in een schaal of kuip die gevuld was met graan. Bij regenweer werd het graan bevochtigd en begon het te kiemen. Zo ontwikkelden zich enzymen. Enzymen zijn opmerkelijke eiwitmoleculen die in staat zijn chemische processen te versnellen onder milde omstandigheden. Maar daar wisten die slimme voorvaderen nog niets van. Bij het verdampen en het uitdrogen van het regenwater door de zon stopte het kiemproces en de  gedroogde en gebroken gerstkorrel veranderde in mout. Niemand wist toen dat daaruit de veel latere mouterijen zouden ontstaan. Bij de volgende regenval vulde de kuip zich wederom met water. Het werd een mengeling van mout en water van jewelste. De aanwezige enzymen amuseerden zich en zette het zetmeel van de granen om in suikers. Dank zij enkele hitte golven veranderde dit mengsel in de schaal, pot of amfoor in wort, zonder dat enig Egyptenaar of Mesopotamiër daarvan besef had. Deze Mesopotamische wort werd bezocht door wilde gisten uit de Nabij-Oostelijke lucht. Dit intens contact zorgde er voor dat de suikers zich omzetten in alcohol en koolzuurgas. Nog voor zij de woorden “alcohol” en “koolzuurgas” in hun woordenboeken konden opnemen, smaakten en voelden zij de aangename nevenwerkingen. 

Dank zij die deugddoende bijverschijnselen hadden de Egyptenaren en de Mesopotamiërs, en de ganse parking er rond, dit proces door en begonnen hun vrouwen dit primitief brouwproces na te bootsen. En met succes, in vele Egyptische graven van farao’s zijn kruiken of amforen teruggevonden waar duidelijk bierresten zijn aangetroffen. In het vruchtbare Mesopotamië, in veel opzichten de bakermat van onze beschaving, was bier al vóór 4000 v.C. de dagelijkse drank.

Egyptische brouwerij 3de eeuw v.C.