Hoofdstuk 6

Bij het begin van de 20ste eeuw slaagde de Belgische brouwindustrie erin de expansie van de importbieren in te dijken door naast haar traditionele hoge gistingsbieren stilaan ook pils types aan te bieden. Alleen de grote brouwerijen konden deze dure investering aan. De familiebedrijven konden zich financieel geen extra opslagruimte, en koelinstallaties, en langere gistingstijd permitteren.

Coöperatieve brouwerij Du Lac In Brugge sloegen in 1919 een tiental brouwers de handen in elkaar en richtten een coöperatieve brouwerij op om pils te brouwen: Brouwerij De Lac (1919-1961) brouwde een pilsbier voor de leden, en de brouwers zelf bleven hun hoge gistingsbieren in eigen beheer behouden. Een dergelijk vennootschap was een unicum in de brouwerswereld. Deze brouwers verenigden zich om het hoofd te kunnen bieden aan de opkomende brouwerij-giganten als Aigle-Belgica te Brugge-Gent, Wielemans in Vorst, Artois in Leuven, Haacht in Boortmeerbeek enz. Van de 1556 brouwerijen die er in 1930 in België waren, hadden er slechts 24 een koelmachine.

Braumeister Naast de traditionele hoge gistingsbieren kon de Belgische bierliefhebber in toenemende mate genieten van de lagerbieren, inheemse en buitenlandse. De vrij sterke hoge gistingsbieren die enkele trappistenabdijen op de markt brachten waren volledig nieuw in het aanbod. In 1859 zette de abdij van Scourmont (Chimay) al de eerste stap. Daarna volgde Westmalle, Rochefort, Orval, West-Vleteren en nu nog meer... In hun spoor leenden andere abdijen en kloosters hun naam uit aan professionele brouwerijen. Bijvoorbeeld Maredsous aan Duvel-Moortgat NV.

Na de ellende van de eerste wereldoorlog steeg het alcohol volume van de bieren gestaag, en het Bockbier werd populair. Het was een stevig schuimend blond bier van 4,5 Alc.% en het werd koel gedronken. In 1926 werd de Export ( 7 Alc.%) gelanceerd. In die periode kwam ook de eerste Stella op de markt, oorspronkelijk bedoeld als helder Kerstbier. Dank zij de doorzettende industrialisatie van Limburg werd in 1929 de pils Cristal van de brouwerij van Alken geboren.

English Ale Het aantal Belgische brouwerijen was in 1910 nog 3349. Door het opeisen van de koperen brouwketels en van de paarden tijdens de eerste wereldoorlog slonk het aantal brouwerijen in 1920 tot 2013. In 1939 bleven er nog 1120 brouwerijen over, maar met een gemiddelde capaciteit van 11.150 hectoliter. België bierland was aan het kiemen. Toch hadden de Engelse en Schotse Ales door de overwinning van de geallieerden in 1918 aan populariteit gewonnen. De Engelse invloed begon zich bij onze brouwers te ontluiken. Omdat het hogegistingsbieren betrof, was de overschakeling veel goedkoper dan bij lagerbier.

Dan volgt een heel zwarte periode. Een zware economische crisis (1925-1939) en de tweede wereldoorlog (1939-1945) trof de wereldeconomie en alle verbruikers nog pijnlijker. De opeising van koperen brouwketels, beslagkuipen, distilleerkolven, tonnen en vaten met de essentiële micro-organismen incluis, en de paarden, nog steeds de drijfkracht van de distributie zorgde voor een ineenstorting van de brouwindustrie. Essentiële verbruiksgoederen werden gerantsoeneerd. Verwaterd bier, afgeroomde melk, gebrande gerst en chicorei ter vervanging van koffie. Het duurde nog tot 1948 vooraleer er weer wat leven kwam in de Europese brouwerijen.