Hoofdstuk 7

De bierconsumptie krijgt in de tweede helft van de 20ste eeuw stilaan een toenemende eensgezindheid. Zelfs Duitsland, dat zich sinds de 16de eeuw had verschanst achter het Reinheitsgebot om import tegen te gaan, moest eraan geloven. Europa veroordeelde het in 1987 als strijdig met het vrije verkeer van goederen. Wel moeten sinds 1990 buitenlandse bieren alle ingrediënten uitdrukkelijk op het etiket aangeven, wat een goede evolutie was.

Deense bieren Tuborg In de jaren 60 lag Dortmünder, een blond laaggegist bier, redelijk sterk maar weinig gehopt, in de gunst van sommige bierdrinkers, een proefbaar bewijs van de Duitse economische wederopstanding. Elke Belgische brouwerij had er zijn eigen versie van gemaakt. Bieren met namen als Sonnenbräu, Tannerbräu en al wat op bräu eindigde werd door de kelen gegoten. Vanaf 1975 was er dan de hype van de meer prestigieuze Deense bieren. Tuborg of Carlsberg was de drank voor de liefhebbers van de Milletjassen.

Nederland was voor de W.O.II allesbehalve een bierland, terwijl de Belgen in de wereld mee aan de top van de bierdrinkers stonden. Maar tegen 2004 dronk de Nederlander (80 liter) aardig wat meer bier, bijna zoveel als de Belg (95 liter) die minder gulzig was geworden. In zuidelijke wijnlanden begon men het bier meer te appreciëren.

De egalisatie tussen de bierdrinkers was niet alleen kwantitatief, maar zeker ook kwalitatief.

Zij gingen meer en meer elkanders bier waarderen. De invloed van een traditioneel brouwersland als België lag vanaf de jaren 1960 beduidend hoger, ongeveer driemaal meer, dan voor de oorlog. Heel wat kleine brouwers zijn de oorlog niet te boven gekomen, maar de concentratietendens bleef aanhouden.

Logo Belgian Family Brewers Er ontstonden twee tendensen. Enerzijds waren er grotere brouwerijen die gewoon de zwakkere broertjes en hun verkooppunten opvraten, en vele goede speciale bieren verdwenen in het multinationale biermoeras. Er waren echter ook slimme en middelgrote brouwerijen die andere opkochten, maar met respect de overgenomen merken steunden en een nieuwe elan gaven. Het schoolvoorbeeld is Duvel-Moortgat die als een goede huisvader zijn zonen een degelijke opvoeding gaf. De uit de kluiten gewassen jongens zijn: De Koninck, Liefmans en Lachouffe.